Een vrouw met hoofddoek wil zich inschrijven bij een sportschool.
De eigenaar vraagt bij het intakegesprek of zij van plan is haar hoofddoek te dragen tijdens het sporten.
De vrouw antwoordt bevestigend en de eigenaar antwoordt dat sporten met hoofddoek bij hen niet mogelijk is
en de vrouw zich daarom niet kan inschrijven.
Volgens de Algemene Wet Gelijke Behandeling mogen organisaties mensen niet weigeren omdat zij een hoofddoek dragen.
Dit is indirecte discriminatie op grond van geloof. Het Bureau Discriminatiezaken stuurt een brief naar de
sportschool met de klacht van de vrouw, met het verzoek hun redenen voor de afwijzing toe te lichten.
De sportschool reageert dat alle hoofddeksels - en dus ook hoofddoeken - niet zijn toegestaan volgens
hun huishoudelijk reglement.
In overleg met de melder stapt Het BD naar de Commissie Gelijke Behandeling. De CGB oordeelt dat de sportschool
verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst. De sportschool legt zich bij deze uitspraak neer.
Vrouwen met hoofddoek mogen voortaan wel bij hen komen sporten.
Als gevolg van een kaakontsteking krijgt een vrouw in de nacht een opgezwollen gezicht en veel pijn.
Ze belt in paniek 112 en wordt doorverbonden met de lokale alarmcentrale. De vrouw doet haar verhaal in het
Engels, maar krijgt te horen dat ze niet kan worden geholpen als ze geen Nederlands spreekt.
Daarop gaat ze over in het Nederlands. De medewerker van de alarmcentrale herhaalt echter dat hij haar niet
kan helpen als ze geen Nederlands spreekt en hangt op.
Radeloos belt de vrouw 112 voor de tweede keer, waarna
ze opnieuw wordt doorverbonden met dezelfde medewerker. De man zegt nogmaals dat ze voldoende Nederlands moet
spreken en zegt ook 'dat het over een paar uur al ochtend is' en ze dan gewoon naar de tandarts kan gaan.
Daarna verbreekt hij opnieuw de verbinding.
Het slachtoffer dient een klacht in bij Het Bureau Discriminatiezaken,
dat contact zoekt met de alarmcentrale.
De manager start daarop een intern onderzoek, waarbij ook de
geluidsband van het telefoongesprek wordt afgeluisterd. Het onderzoek
leidt tot de conclusie dat de betreffende medewerker onjuist en niet
volgens
de richtlijnen heeft gehandeld. Hij wordt berispt en krijgt een
schriftelijke waarschuwing met een afschrift
in zijn personeelsdossier. De vrouw krijgt excuses aangeboden.
Een beveiligingsbureau vraagt in haar advertentie kandidaten van tussen de 25 en 45 jaar.
Dit mag niet volgens de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.
Op grond van deze wet is iedere vorm van onderscheid op grond van leeftijd bij arbeid, beroep
en beroepsonderwijs verboden. Het verbod heeft betrekking op onder meer werving en selectie.
Het BD stuurt een brief om de werkgever te informeren over de leeftijdswet en de toepassing daarvan in de
praktijk en het verzoek het criterium leeftijd in toekomstige vacatures weg te laten.
De werkgever reageert direct; de organisatie zal toekomstige advertenties aanpassen.
Op verzoek van de werkgever stuurt het BD een brief en folder met informatie op welke wijze je wel mag adverteren.
Een opvang voor jongeren constateert dat een deel van haar doelgroep zich racistisch uit.
In het gebouw worden hakenkruizen en andere extreem rechtse symbolen gevonden, jongeren geven af op
allochtonen en de spanningen lopen op. De organisatie vraagt Bureau Discriminatiezaken om hulp.
Een medewerker van het bureau komt langs bij de opvang, beantwoordt vragen en gaat met de jongeren in gesprek.
Volgens de leiding van de jongerenopvang heeft deze aanpak succes: er wordt minder gediscrimineerd en de
sfeer verbetert.
Een vrouw woont in de woonwagen van haar moeder in, maar wil graag een eigen woonwagen kopen een aantal
plekken verderop. De vrouw probeert bij verschillende banken een hypotheek aan te vragen, maar dit blijkt
erg lastig. Er zijn geen financiële redenen; de vrouw heeft een vast contract bij haar werkgever en verdient
voldoende om het bedrag te financieren. De ene bank weigert gewoon zonder opgaaf van reden, een andere bank
stelt dat een hypotheek alleen mogelijk is voor een stacaravan op een recreatieterrein.
Het Bureau Discriminatiezaken doet bij verschillende instanties onderzoek naar de regelgeving omtrent woonwagens.
Probleem is dat banken juridisch gezien vrij zijn in hun acceptatiebeleid van klanten.
Wel blijkt het mogelijk een hypotheek aan te vragen op het stukje grond waar de woonwagen op staat.
Via deze constructie lukt het uiteindelijk toch om een hypotheek te krijgen.
Tevens leidt de zaak tot aandacht bij de landelijke vereniging tegen discriminatie, Art. 1.
Zij willen de zaak graag onderzoeken en gaan landelijk klachten verzamelen van woonwagenbewoners over
weigering van diensten in de financiële sector.