Actueel

Anti-discriminatiebureaus bereikbaar in heel Noord-Holland

Een nieuwe wet verplicht alle Nederlandse gemeenten om hun burgers toegang te bieden tot laagdrempelige en professionele anti-discriminatievoorzieningen in de directe omgeving. Deze wet wordt begin 2009 van kracht. Op dit moment telt Noord-Holland enkele tientallen ‘witte vlekken’; gemeenten die nog niet samenwerken met een regionaal anti-discriminatiebureau (ADB).

De vijf Noord-Hollandse ADB’s (Art. 1 Bureau Discriminatiezaken Noord-Holland Noord, Bureau Art. 1 Gooi & Vechtstreek, Bureau Discriminatiezaken Kennemerland , Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland en Meldpunt Discriminatie Amsterdam) nemen alvast een voorschot op de nieuwe wetgeving. Met behulp van posters, flyers en ander informatiemateriaal informeren ze de komende maanden de inwoners van de witte vlekken over het ADB-werk. Om te beginnen verschijnen er tussen 6 oktober en 5 november honderden driehoeksborden op straat met de tekst ‘Ongelijk behandeld = gelijk bellen’. Door te wijzen op het telefoonnummer 0900-2354354 willen de ADB’s iedereen die zich gediscrimineerd voelt of met ongelijke behandeling geconfronteerd wordt uitnodigen om daarvan melding te doen. In oktober verspreiden de vijf bureaus tevens duizenden flyers om de ADB-naamsbekendheid verder te vergroten. De postercampagne van het BD-Zaanstreek/Waterland is tussen 10 en 29 oktober te bekijken in de ‘witte-vlekkengemeenten’ Beemster, Waterland, Zeevang, Edam/Volendam en Landsmeer.

Het werkgebied van de Noord-Hollandse anti-discriminatiebureaus omvat weliswaar nu al de hele provincie, maar nog niet alle gemeenten hebben momenteel een samenwerkings-overeenkomst met deze bureaus. Vanaf volgend jaar is die noodzaak er dus wel. Daarmee kan voor het eerst in de geschiedenis elke inwoner terecht bij een ADB in de nabijheid. Uit onderzoek van het onafhankelijke bureau I&O Research blijkt dat het afgelopen jaar ruim 200.000 volwassen inwoners van Noord-Holland met discriminatie te maken kregen. Slechts een klein deel van hen (15%) maakte daarvan melding bij een vertrouwenspersoon op het werk, de politie of een anti-discriminatiebureau. De samenwerkende ADB’s hopen de meldingsbereidheid te vergroten door extra aandacht te vragen voor de mogelijkheden om discriminatie te voorkomen, te signaleren en te bestrijden.