Woensdag 24 december jongstleden hebben ruim 240 mensen laten horen en zien dat zij intolerantie niet tolereren. Dat gebeurde tijdens de 22-ste fakkeloptocht tegen discriminatie. Het start- en eindpunt was net als in eerdere jaren buurtcentrum De Lorzie in Wormerveer.
In een toespraak tot de deelnemers benadrukte gemeenteraadslid Songül Mutluer dat er in de Nederlandse samenleving momenteel te veel angst is voor het 'onbekende'. Ze bepleitte meer samenhang en solidariteit. Na haar toespraak vertrok de stoet voor een tocht van drie kwartier door Wormerveer, onderweg muzikaal begeleid door het Alkmaars Straatorkest.
De organisatie van de fakkeloptocht was in handen van het Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland.
Bij een groeiend aantal mensen lijkt het beeld te bestaan dat er in Nederland een vrijbrief is afgegeven om andersdenkenden te mogen kwetsen. Ook sommige politici en andere trendsetters maken zich hier aan schuldig. Hun standpunten en bewoordingen vinden een weerklank in de maatschappij.
Verruwing van het maatschappelijk debat is een van de resultaten van deze grondhouding. De toonhoogte lijkt soms te worden bepaald door extremisten en fundamentalisten. Steeds meer mensen in Nederland leven náást, in plaats van mét elkaar. Het blijft daarom onverminderd noodzakelijk om tegenwicht te bieden. In woord en in daad.
Op kerstavond hebben ruim 240 mensen zich in Wormerveer intolerant opgesteld tegen intolerantie. En lieten ze zien dat ze onverdraagzaamheid niet verdragen.
De jaarlijkse fakkeloptocht op 24 december stimuleert een samenleving waarin plaats is voor iedereen, ongeacht afkomst, huidskleur, levensovertuiging, handicap, sekse, leeftijd of seksuele gerichtheid.
Hieronder een terugblik door Songül op de fakkeloptocht.
Onze grootste angst is niet dat we onvolmaakt zijn, zei Nelson Mandela eens. Onze grootste angst is dat we mateloos krachtig zijn. Het is ons licht, niet onze schaduw, die ons het meest beangstigt. Wij vragen onszelf: “Wie ben ik om briljant te zijn, prachtig, talentvol, fantastisch?” Maar wie ben jij om dat niet te zijn?
Ondanks de kou, de kredietcrisis en kerstvoorbereidingen waren op 24 december jl. een paar honderd mensen in Wormerveer bijeen om een statement te maken. We waren bijeen om een tegenwicht te bieden tegen geweld, discriminatie en intolerantie. Het was voor mij een grote eer om een speech te houden.
We waren in de Lorzie om een vuist te maken tegen onrecht. Want nog altijd worden er mensen gediscrimineerd. Er wordt helaas nog altijd onderscheid gemaakt naar ras, godsdienst geslacht en leeftijd. Dat zie ik, voel ik en merk ik als ik naar mijn omgeving kijk. En dat betreurt me. We leven thans in een maatschappij waar jonge mensen niet aan een stageplek of een baan kunnen komen vanwege hun naam, afkomst en geloofsovertuiging. Of waar medelanders na onenigheid met anderen te horen krijgen dat ze moeten oprotten naar hun eigen land. Terwijl ze hier geboren en getogen zijn, en Nederland dus ook hun land is. We leven in een maatschappij waar homosexuelen op straat worden uitgescholden vanwege hun geaardheid, terwijl ze alleen maar zichzelf zijn.
De samenleving verhardt.
Er zijn mensen die de vrijheid van meningsuiting als vrijbrief gebruiken om te kwetsen en om schaamteloos oordelen te verkondigen over anderen. Elke vrijheid heeft echter een keerzijde in verantwoordelijkheid waarmee gewetensvol moet worden omgegaan. Het roepen van discriminerende uitlatingen heeft zijn weerslag op de maatschappij. Veel jongeren nemen deze uitlatingen over, jongeren die straks de toekomst van Nederland gaan bepalen… De media en politici dragen hier ook groot aan bij. Het is te gek voor woorden dat een politieke partij roept dat de milieuproblematiek kan worden opgelost door de grenzen te sluiten voor Niet-Nederlanders, want die zijn mede verantwoordelijk daarvoor. Het is zorgwekkend dat een politieke partij roept dat het eerste artikel van de grondwet moet worden geschrapt omdat ze WILLEN discrimineren. Uitlatingen die zorgen voor verdeeldheid in de samenleving.
Waar gaan we heen?
Toen Martin Luther King, in 1963 in Washington, bij het Lincoln Memorial, een menigte toesprak had hij het over een droom. Een droom die jaren later lijkt te zijn uitgekomen. Ook ik heb een wens die ik op 24 december uitsprak voor de nieuwe generatie die straks na mij de fakkeltocht gaat lopen.