De Zaandamse volkstuinvereniging ‘Ons Ideaal’ maakt volgens de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) onterecht onderscheid op grond van ras bij de uitgifte van tuinen aan kandidaat-leden. Het Bureau Discriminatiezaken vroeg de CGB om een oordeel over het uitgiftebeleid van ‘Ons Ideaal’.
Het bestuur van het volkstuincomplex reserveert ongeveer 60% van haar tuinen voor autochtonen en 40 % voor allochtonen. Door een vrijstaande ‘autochtone tuin’ niet uit te geven aan kandidaat-leden die op de wachtlijst staan, omdat de vereniging hen als allochtoon heeft aangemerkt, sluit de vereniging allochtone kandidaat-leden uit van het pachten van een volkstuin, aldus de CGB. In de praktijk komt het er op neer dat er een wachtlijst is met kandidaat-leden -voornamelijk allochtonen-, terwijl er tegelijkertijd tuinen leegstaan. Het bestuur wil deze tuinen niet uitgeven aan de kandidaat-leden op de wachtlijst. Oud-leden van autochtone afkomst die hun tuinhuis willen verkopen, omdat zij hun lidmaatschap hebben opgezegd, raken bovendien hun tuinhuis nu niet kwijt.
De volkstuinvereniging stelt ook als voorwaarde, dat nieuwe leden kennis moeten hebben van het Nederlands. De CGB merkt deze voorwaarde aan als ‘indirect onderscheid op grond van ras’, omdat kandidaat-leden van niet-Nederlandse afkomst meer kans hebben het Nederlands niet machtig te zijn. De CGB acht het niet onoverkomelijk als de leden van een volkstuinvereniging geen Nederlands spreken of lezen. In het eerste geval kan met een tolk worden gewerkt. In het tweede geval kunnen de regels van de vereniging mondeling aan de leden worden uitgelegd.
Het Bureau Discriminatiezaken ontving in 2008 twee klachten over het uitgiftebeleid van ‘Ons Ideaal’. Gesprekken met het bestuur van de vereniging leverden geen beleidswijziging op, reden voor het BD om de CGB een oordeel te vragen.