Actueel

Cijfers zeggen veel, maar nog niet genoeg

Over enkele weken zijn de kerncijfers 2008 van Art.1 beschikbaar. Deze kerncijfers geven het totaal aantal meldingen weer dat in 2008 is gedaan bij antidiscriminatiebureaus in Nederland.

Uit de eerste nog ruwe gegevens is af te lezen dat er meer meldingen van discriminatie zijn gedaan dan in 2007. Een van de oorzaken van deze stijging is de toename in het aantal meldpunten. Incidenten die voorheen niet werden gemeld worden omdat mensen geen voorziening in de buurt hadden waar zij terecht konden voor hun klacht, worden nu wel geregistreerd en deze klachten worden nu op professionele wijze behandeld.

Art.1 streeft naar een volledige landelijke dekking en is verheugd dat de groei van meldpunten er daadwerkelijk toe leidt dat meer discriminatie-ervaringen worden gemeld. Wanneer de Wet op de gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen een feit is zal deze wet dit proces nog versnellen, gemeenten zijn dan bij wet verplicht om hun burgers toegang te bieden tot een laagdrempelige voorziening voor hulp en advies over discriminatie.

Of discriminatie in absolute zin is toegenomen is niet af te leiden uit de toename van klachten. Uit onderzoek is gebleken dat 75 – 80 % van de discriminatievoorvallen niet wordt gemeld. (Een representatieve steekproef die werd gedaan voor de Monitor Rassendiscriminatie 2005 leverde deze constatering op.) De stijging die nu wordt gesignaleerd in de kerncijfers dekt bij lange na niet het percentage voorvallen dat niet wordt gemeld.

Het aantal meldingen blijft dus nog steeds achter bij het werkelijke aantal incidenten. Dit geldt ook voor bijvoorbeeld de cijfers van de politie waar sprake is van een vergelijkbare onderraportage. Het trekken van conclusies uit de (kern)cijfers is op dit moment in feite niet mogelijk. Het zicht op aard en omvang van discriminatie is daarvoor eenvoudigweg nog niet groot genoeg. Wel zijn enkele belangrijke conclusies mogelijk uit de inhoud van de geregistreerde voorvallen in combinatie met de huidige onderrapportage.

De ernst van de voorvallen die wel worden geregistreerd laat duidelijk zien hoe schadelijk discriminatie is voor zowel het individu als de samenleving als geheel. Uitgesloten worden op grond van kenmerken die er niet toe doen is voor de persoon die dit meemaakt bijzonder pijnlijk en kwetsend. Onderzoek wijst uit dat gediscrimineerd worden leidt tot gevoelens van onvrede en zeer concrete en negatieve gevolgen kan hebben zoals voortijdige uitval op school, ziekteverzuim op het werk of een slechte situatie in woonbuurten. Dit is niet alleen schadelijk voor het individu maar ook voor de samenleving die daardoor talent en potentieel misloopt.

Samenvattend: De ernst van de geregistreerde voorvallen en de bestaande onderrapportage geven duidelijk aan dat het vergroten van de meldingsbereidheid belangrijk is. Alleen wanneer discriminatie-ervaringen worden gemeld kan discriminatie worden aangepakt en kunnen de schadelijke effecten voor individu en samenleving worden tegengegaan.

De campagne die BZK nu organiseert vindt Art.1 dan ook noodzakelijk en urgent. De campagne brengt de mogelijkheid om discriminatie te melden en de centrale rol van de ADBs onder de gebracht bij een breed publiek. Voor deze mensen is het van belang om te weten dat zij bij professioneel uitgeruste ADBs terecht kunnen die luisteren naar hun verhaal en in overleg met de cliënt beslissen welke vervolgstappen kunnen worden ondernomen.

Vragen van de pers over melden, meldingsbereidheid en de betekenis van onderzoeksgegevens: Igor Boog, wetenschappelijk onderzoeker Art.1, 010 – 201 02 01.